DE APOCRIEFE BOEKEN - Theologienet

5m ago
99 Views
3 Downloads
1.74 MB
334 Pages
Last View : 1d ago
Last Download : 1d ago
Upload by : Kaden Thurman
Share:
Transcription

1DE APOCRIEFE BOEKENVolledige herdruk volgens de oorspronkelijke uitgave vanJacob en Pieter Keur1637Machteld Aelbrechtsdr. en de erfgenamen van Hillebrand Jacobsz. van Wouw hadden op 11december 1632 het recht van drukken voor 15 jaar gekregen van de Staten-Generaal.Het drukken werd vertraagd door de schaarste en duurte van het papier en omdat eenmeesterdrukker uit Amsterdam pas na een strenge winter naar Leiden kwam met zijngereedschap.Het drukken gebeurde in huis D' Oliphant aan de Hooglandse Kerkgracht.Op 17 september 1637 werd het eerste exemplaar in groot formaat, verguld op snee engebonden in paars fluweel door Walaeus, Hommius en Andreas Rivet aangeboden aan deStaten-Generaal.De eerste Statenbijbel werd gedrukt door Paulus Aertsz. van Ravesteyn in Leiden.Later volgden bij andere uitgevers nieuwe uitgaven.Bekend werden de Keurbijbel die in 1666 te Dordrecht werd uitgegeven doorHendrik en Jacob Keur en later samen met Pieter KeurSTICHTING DE GIHONBRONMIDDELBURG2017

2Toelichtiing over de Apocriefe boeken uit de tijd van het Oude TestamentApocriefen van het Oude Testament (Grieks: ἀπόκρυφος, apokruphos: geheim, verborgen), iseen term waarmee bepaalde boeken worden aangeduid die aanvankelijk door sommigen alsonderdeel van het Oude Testament van de Bijbel werden beschouwd, maar uiteindelijk niet inde canon van de Bijbel zijn opgenomen. Protestanten noemen daarnaast ongeveer tien boekenapocrief, die gezaghebbend zijn in andere kerken, zoals de oosters-orthodoxe kerken ende Rooms-Katholieke Kerk. De laatstgenoemde noemt deze boeken deuterocanoniek, dat wilzeggen ‘in tweede instantie aan de canon toegevoegd’. Deze boeken zijn in de regel ontstaanin de periode tussen Oude Testament en Nieuwe Testament in.In de Nieuwe Bijbelvertaling zijn het elf boeken: het aantal hangt ervan af of men de brief vanJeremia als hoofdstuk van Baruch en het Gezang van drie mannen in de vurige oven alshoofdstuk van Daniël beschouwt, of dat men deze als aparte boeken rekent.Tussen de Dode-Zeerollen bevinden zich talloze religieuze boeken die noch door de Jodennoch door de christenen tot hun canon worden gerekend. Ook de Septuagint bevat boeken,zoals het boek Oden, III Ezra, IV Makkabeeën, die niet tot de canon worden gerekend.Andere voorbeelden zijn het Eerste boek van Henoch en Jubileeën.Er zijn tien (of 11, zie verder) boeken die, hoewel ze niet tot de Hebreeuwse canon behoren,door de katholieke kerk en de oosters-orthodoxe kerken gezaghebbend worden geacht. Ze zijnontstaan in de periode tussen de Hebreeuwse Bijbel en het Nieuwe Testament in. Het zijnboeken uit de Septuagint (de tussen ca. 225 en 100 v.Chr. gemaakte Griekse vertaling van hetOude Testament) die Hiëronymus pas na aandringen van Augustinus van Hippo en PausDamasus I in de Vulgaat heeft opgenomen. Hiëronymus noemde deze boeken "apocrief",maar had daarmee geen negatieve bijbedoeling.Tot de vorige eeuw veronderstelde men dat de Septuagint een vertaling van de Masoretischetekst was. Uit onderzoek van de Dode Zee-rollen blijkt dat dit niet het geval is. Van veelBijbelboeken blijken verschillende teksten te hebben gecirculeerd; een wat vrijere diegebruikt is voor bijvoorbeeld de Septuagint, en een strikte, die de basis werd van deMasoretische tekst. Van sommige boeken zijn er in de handschriften van de Septuagintverschillende versies te vinden, zoals van Richteren, Daniël en Tobias. De Wijsheid van JezusSirach heeft een lange versie, kennelijk zijn er verzen toegevoegd. Het boek Psalmen heefteen psalm (151) meer dan de Masoretische tekst (bovendien is de nummering anders). Deboeken Daniël en Esther hebben in de Griekse versie hele hoofdstukken tekst extra. Het boekEster is in de Nieuwe Bijbelvertaling zowel uit het Grieks als uit het Hebreeuws vertaald, enstaat er dus twee keer in. In de katholieke Bijbel vertaalt men uit het Hebreeuws en voegt deGriekse hoofdstukken toe. De extra hoofdstukken van het boek Daniël zijn in een extra boekopgenomen: Toevoegingen aan Daniël. Ook de Brief van Jeremia en Het gebed vanManasse zijn in de Nieuwe Bijbelvertaling als zelfstandige boeken opgenomen; daarmee komthet aantal boeken op 11. In de Willibrordvertaling 1995 zijn het er tien, doordat de brief vanJeremia daar bij het boek Baruch is gevoegd. Van het boek De wijsheid van Jezus Sirach iseen Hebreeuwse, een Syrische, en een Griekse versie bekend. Hoewel tekstkritisch deHebreeuwse versie de voorkeur zou verdienen, heeft het boek gezag, omdat het is opgenomenin de Septuagint en de Vulgaat en geldt voor de vertalingen de Griekse tekst als de brontekst.Hoewel van een boek als De wijsheid van Jezus Sirach Hebreeuwse teksten aanwezig waren,werd het door de Joodse Schriftgeleerden niet toegelaten tot de Hebreeuwse canon. Het boekgeeft namelijk een vrij precieze datum waarop het geschreven is (180 voor Chr. voor het

3Hebreeuwse origineel; 132 voor Chr. voor de Griekse vertaling) en het criterium voortoelating was mogelijk dat de tekst terugging op Ezra (ca. 400 voor Chr. Een boekals Prediker, dat iets ouder is (het wordt geciteerd door Sirach) werd wel toegelaten, mogelijkomdat men het toeschreef aan Salomo. Ook het gedeeltelijk in het Arameesgeschreven Daniël werd toegelaten, omdat men ervan uitging dat Daniël zelf de auteur was.Vaak wordt de canon toegeschreven aan de synode van Jamnia, rond 100 ná Chr. Het isallerminst zeker dat er zo'n synodebesluit is geweest. De besprekingen gingen in die tijd meerover het waarom dan over of een bepaald boek moest worden toegelaten.Er zijn meerdere boeken Ezra (Esdras in Latijn) waarvan de nummering wisselt. Esdras B inde Septuagint zijn de canonieke boeken Ezra en Nehemia. Daarnaast bevat de Septuagint ookeen Esdras A dat beschouwd wordt als een apocrief boek. Er zijn ook andere indelingen,bijvoorbeeld 1 Esdras tot en met 4 Esdras.De term pseudepigraaf komt uit het Grieks en wil zoveel zeggen als: 'geschreven onder eenvalse naam' of, minder pejoratief, 'geschreven onder een alias' waarmee bedoeld wordt dat hetwerk is geschreven onder de naam van een gezaghebbende figuur uit het verleden.Het boek Henoch heeft een aparte status: in de Ethiopische kerk is I Henoch canoniek; in deoverige kerken apocrief.De oude Christelijke kerk accepteerde de Septuagint, de Griekse vertaling van het OudeTestament als gezaghebbend. De Septuagint bevat de boeken van de Hebreeuwse Bijbel inGriekse vertaling, zoals gezegd soms (Ester, Psalmen, Daniël) in een langere versie. DeSeptuagint bevat daarnaast de deuterocanonieke boeken, en ook nog boeken als III en IVMakkabeeën die volgens zowel rooms-katholieken als protestanten niet tot de canon behoren.De Vulgaat is de Latijnse vertaling die Hiëronymus (ca 382-405) maakte van de Bijbel. Hijbeschouwde alleen de Hebreeuwse Bijbel als gezaghebbend. Hierover ontstond een discussiemet Augustinus van Hippo die de gehele Septuagint geïnspireerd achtte. Hiëronymus gaf tenlangen leste toe, maar hij vertaalde de door hem deuterocanoniek genoemde boeken niet zelf,maar bewerkte de oudere vertalingen (Vetus Latina). De Rooms-Katholieke Kerk beschouwdetot begin deze eeuw de Vulgaat als gezaghebbend en erkent de deuterocanonieke boeken alsrichtinggevend voor geloof en leven.De Hervormers, zoals Maarten Luther die in 1534 met zijn Bijbelvertaling in het Duitskwam, namen in de zestiende eeuw de Hebreeuwse Bijbel aan als canon, en verwierpendaarmee de boeken die de Rooms-Katholieke Kerk deuterocanoniek noemt. Deze boekenwerden apocrief genoemd, en ter onderscheid werden de overige verworpenboeken pseudepigraaf (onder valse naam verschenen) genoemd. Voor de Rooms-KatholiekeKerk, die zich uitsprak op het Concilie van Trente, bleef de Vulgaat de standaard, waarvantweemaal een herziene druk verscheen. De protestantse canon bevat daarom minder boekendan de katholieke. Luther nam ze wel op in zijn vertaling, maar daarin staan ze apart tussenhet Oude en het Nieuwe Testament in, met een waarschuwing dat deze boeken nietgezaghebbend zijn zoals de andere boeken.De (gereformeerde) Nederlandse Geloofsbelijdenis (1561) zegt in artikel 6 dat de boekennuttig zijn om te lezen, maar geen leergezag hebben: Artikel 6. Het onderscheid tussen decanonieke en de apocriefe boeken."Wij onderscheiden deze (de boeken van de protestantse canon, red) heilige boeken van deapocriefe, namelijk het derde en vierde boek van Ezra, het boek Tobias, Judith, het boekWijsheid, Jezus Sirach, Baruch, de Toevoegingen aan het boek Ester, het Gebed van de driemannen in het vuur, de Geschiedenis van Susanna, van Bel en de draak, het Gebed van

4Manasse en de twee boeken van de Makkabeeën. De kerk mag deze boeken wel lezen enervan leren, voor zover zij overeenstemmen met de canonieke boeken. Zij hebben echter nietzo’n kracht en gezag, dat men door het getuigenis van deze boeken enig punt van het geloofof van de christelijke godsdienst zou kunnen bevestigen; laat staan dat zij het gezag van deandere, de heilige boeken, zouden kunnen verminderen."Op 13 november 1618 vond de eerste zitting van de bekende Nationale Synode te Dordrechtplaats. In de 9e en 10e zitting werd de mogelijkheid van een nieuwe Bijbelvertaling besproken.Eerst werd advies ingewonnen bij de buitenlandse afgevaardigden. De Engelsen vertelden hoezij te werk waren gegaan bij het maken van hun vertaling die korte tijd tevoren gereed wasgekomen. Vervolgens was het woord aan de Nederlanders. Zij verklaarden eenstemmig dat ereen compleet nieuwe vertaling moest gemaakt worden, maar deze moest wel zo nauwmogelijk bij de bestaande aansluiten, om te voorkomen dat mensen zich uit onvrede over hetnieuwe en onbekende tegen invoering van de nieuwe vertaling zouden verzetten.Vervolgens kwam de vraag aan de orde, wat er met de apocriefe boeken moest gebeuren. Metmeerderheid van stemmen werd besloten de apocriefe boeken toch vanuit het Grieks in hetNederlands te vertalen. Maar aan dit werk zou minder zorg worden besteed dan aan devertaling van de canonieke geschriften. De apocriefe boeken waren van oudsher in binnen- enbuitenland altijd in één band met canonieke uitgegeven. Wanneer de Nederlanders van ditgebruik zouden afwijken, dan kon dit lichtelijk een oorzaak van ergernissen enlasteringen worden."En hoewel te wensen ware, dat al deze Apocriefe boeken nooit bij de heilige Schriftuurwaren gesteld geweest, zoo vond men nochtans goed, dat, in dezen tijd, dezelve van hetlichaam des Bijbels niet zouden gescheiden, maar daarbij gevoegd worden, mits ditvoorbehoud: Dat ze van de Canonieke boeken, door een behoorlijke tussenruimte, en door eenbijzondere titel [ opschrift], onderscheiden zouden worden, waarin nadrukkelijk aangewezenwerd, dat deze boeken menselijke schriften zijn, en derhalve Apocrief. Dat ze met andere,mindere letters gedrukt worden; dat aan den kant alle plaatsen aangetekend en weerlegdworden, die met de waarheid der Canonieke boeken zijn strijdende, en voornamelijk aldegene, die de Papisten [ roomsen] tegen de Canonieke waarheid uit deze boekenvoortbrengen. Dat daarbenevens de drukkers dezelve door een bijzonder getal van bladzijdenonderscheiden, zodat ze ook afzonderlijk gebonden kunnen worden. De drukkers moesten deapocriefe boeken dus apart pagineren."Hoewel het tot dan toe steeds gebruikelijk was geweest, de apocriefe boeken achter het OudeTestament te plaatsen, werd besloten ze nu achter het Nieuwe Testament op te nemen, opdatde mensen ze goed zouden leren onderscheiden van de canonieke boeken. Het vraagstuk vande apocriefe boeken was met het nemen van deze besluiten opgelost. Aanvankelijk bevattende protestantse Bijbels de afgewezen boeken nog in een apart gedeelte tussen Oude enNieuwe Testament in. De eerste druk van de Statenvertaling doet een uitgebreidewaarschuwing aan de vertaling van de apocrief genoemde boeken voorafgaan. De boekenraakten in het protestantisme verder in onbruik. Soms werden ze uit bijbels gescheurd, vanuitde overtuiging dat ze niet in Gods Woord thuis hoorden. De Nieuwe vertaling van 1951 bevatde boeken niet; er is wel een uitgave verschenen voor de Evangelisch-Lutherse Kerk waar deboeken aan toegevoegd zijn tussen OT en NT in.

versie bekend?Hebreeuws/ArameesFragmenten bij DodeZee-rollenOngeveer 70% isbekend, onder meeruit genizah vanCaïro; fragmentenbij Dode Zee-rollen;rol MassadabevatHoofdstuk 39-44De wijsheid vanJezus sToevoegingen bijDaniëlCa. 100v.Chr.ApocalyptiekGrieksToevoegingen opEster100 v.Chr.?GrieksCa. 165v.Chr.?GrieksNeeNiet bewaardgeblevenEsdras A*I MakkabeeënCa. 125v.Chr.GeschiedenisHebreeuws ofArameesII MakkabeeënCa. r.GeschiedenisGrieks?NeeIVMakkabeeën50 v.Chr.-70n.Chr.Filosofisch werkGrieksNeeJuditCa. 100v.Chr.NovelleHebreeuws ofArameesNeeDe wijsheid vanSalomo50 v.Chr.-30n.Chr.WijsheidsliteratuurGrieks

6DeuterocanoniekboekApocriefboekDatum[13]BaruchIn gedeeltenBrief van Jeremia150-1 v.Chr.Het gebed vanManasseCa. 1 lm 151Liederen50 v.Chr.Hebreeuwseversie bekend?WijsheidsliteratuurOdenPsalmen eeuwse tekst bijDode Zee-rollengevondenLiederenBronnen bij de toelichting:HET PALESTIJNS JODENDOM TUSSEN 500 EN VÓÓR 70 NA CHR. Vanballingschap tot Agrippa. Door Prof. Dr. J. W. DOEVE. Utrecht 1973. STICHTING DeGIHONBRON. Zie: www.theologienet.nlZie voor jaartallen tussen Oud- en Nieuw Testament: Bijbelse Chronologie, W. Westerbeke.Theologienet.nl.C.C. de Bruin en andere auteurs: Invoering en ontvangst van de Statenvertaling. In: DeStatenvertaling 1637 - 1937. De Erven F. Bohn N.V./Haarlem 1937. Zie STATENBIJBEL300j. bestaan. www.theologienet.nlWIKIPEDIA

7DE APOCRIEFE BOEKENVolledige herdruk volgens de oorspronkelijke uitgave vanJacob en Pieter KeurMet een inleiding van Prof Dr. W. C. VAN UNNIKHoogleraar aan de Rijksuniversiteitte UtrechtJ. H. KOK N.V. - KAMPENINLEIDING BIJ DE UITGAVE VAN DE APOCRIEFENVAN HET OUDE TESTAMENTHet jaar 1637 is in de geschiedenis van het Nederlandse volk, vooral in de geschiedenis vanhet vaderlandse Protestantisme een bijzonder belangrijk jaar geweest, omdat toen de zogenaamde Statenbijbel het licht zag. Deze eerste naar de grondteksten van de Bijbelvervaardigde overzetting heeft drie eeuwen lang in onze taal het Woord Gods doen horen.Groot blijft nog immer de eerbied en dankbaarheid voor het werk, dat toen zijn zegenrijkeloop in het Nederlandse taalgebied begon. En de klemmende redenen, die in onze eeuw eennieuwe vertaling noodzakelijk maakten, doen aan dit respect niet af.Wie een van de eerste uitgaven van de Staten-Bijbel in handen neemt en die vergelijkt metonder ons tegenwoordig gangbare edities, bemerkt al spoedig, dat er in de loop der jaren iets"weggevallen" is. Na het laatste boek van het Nieuwe Testament vindt men daar - metafzonderlijke paginering, zonder de kanttekeningen, die zulk een waardevolle toegift bij devertaling van Oud en Nieuw Testament vormden, voorafgegaan door een "Waerschouwingeaan de Lesers" - nog een bundel geschriften, de zogenaamde "Apocriefe Boeken van het OudeTestament".Niet zonder strijd waren deze in de Statenbijbel opgenomen. Op de Synode van Dordrecht,waarin 1618 de beslissing gevallen was om dit grote werk te ondernemen, haddeninvloedrijke stemmen zoals die van Gomarus zich er tegen verzet. Maar, zoals men uit heteind van de genoemde "Waerschouwinge" zien kan, heeft het feit, dat men niet uit de pas metde buitenlandse kerken wilde raken, de doorslag gegeven om ze wel op te nemen. Immers, inde Anglicaanse en Lutherse kerken werden ze wel gebruikt; werden en worden bij devoorgeschreven Schriftlezingen ook gedeelten uit deze Apocriefen gevonden.Daar hield men vast aan de oud-kerkelijke regel, die ook in de Nederlandse Geloofsbelijdenis,art. VI doorklinkt, dat dit boeken zijn "welke de Kerk wel lezen mag en daaruit ookonderwijzingen nemen, voor zoveel als zij overeenkomen met de canonieke boeken". Hieraanvoegde de Geloofsbelijdenis nog deze woorden toe: "maar zij hebben zulk een kracht envermogen niet, dat men door enig getuigenis van deze enig stuk des geloofs of derChristelijke religie moge bevestigen; zover is het van daar, dat zij de autoriteit van de andere,

8heilige, boeken zouden mogen verminderen." Dit laatste was gericht tegen de opvattingen vande Rooms-Katholieke Kerk, die op het Concilie van Trente 1546 deze boeken in de canonopgenomen had, zij het ook dat ze bij de Rooms-Katholieken als "deutero-canoniek"beschouwd worden.Enkele jaren vóór de verschijning van de Staten-Bijbel, waarschijnlijk omstreeks 1630, hadeen Duits predikant Martin Rinckart een jubelend danklied gedicht - het was nog tijdens deslopende Dertigjarige Oorlog! -, dat sindsdien een van de meest-geliefde gezangen van deChristenen in Duitsland geweest is en door vertalingen bijvoorbeeld in het Engels, Frans enNederlands is gaan behoren tot de liederschat der ganse Christenheid. Maar vermoedelijkzullen weinigen, die dit lied aanheffen en zich mee laten voeren door de vreugde over Godsheil, die dit lied doortintelt, zich ervan bewust zijn, dat zij in het prachtige en krachtige"Dankt, dankt nu allen GodMet blijde feestgezangen;Van Hem is 't heug'lijk lot,Het heil, dat wij ontvangen"(Gez. 135 in de Ned. Herv. Bundel)zingen de berijming van. een gedeelte van de Apocriefen.Toch is dit het geval, want Rinckart heeft hier een treffende herdichting gegeven van JesusSirach 50 : 24-26, dat bij hem thuis als Gebed na de maaltijd gebruikt werd. Dit voorbeelddoet zien, welk een kracht van deze onderwijzing - om in de stijl van de Geloofsbelijdenis teblijven - kon uitgaan.De benaming "apocriefen" - afgeleid van een Grieks woord, dat "verborgen" betekent - is inde begintijd van het Christendom voor allerlei soort geschriften buiten de Hebreeuwse canongebruikt. De aanwending voor de boeken, die hier gegeven worden, stamt van Karlstadt in1520 en is in de eerste volledige vertaling van Luther (1534) overgenomen; sindsdien is hijonder Protestanten gangbaar.Hoewel deze geschriften, gelijk bleek, in de eerste uitgaven van de Statenvertaling te vindenwaren, hebben ze zich niet kunnen handhaven en zijn in ons land betrekkelijk snel onder deProtestanten in het vergeetboek geraakt. Een officieel besluit om ze niet meer bij uitgaven vande Bijbel af te drukken is door de kerken hier te lande nooit genomen. Maar in de 18 de eeuwreeds ging men om de drukkosten te verminderen de toegiften van de Statenvertalingweglaten of sterk bekorten. In de twintiger jaren van de 19 de eeuw is er in Engeland eenheftige strijd in de boezem van het Bijbelgenootschap gevoerd over de Apocriefen. Vooralvan Schotse zijde wilde men het onvervalste Woord Gods alleen verspreiden zonderdergelijke bijvoegingen. De strijd is bijgelegd op voorwaarde, dat de Bijbelgenootschappendeze boeken niet bij de door hen verspreide Bijbels zouden afdrukken. Zo zijn dezegeschriften praktisch buiten de gezichtskring van hen, die op een vertaling aangewezenwaren, geraakt. Bij de Luthersen hier te lande bleven ze enigszins beter bekend door eenNederlandse vertaling, die naar Luthers Duitse tekst gemaakt was. In 1874 schonk Dr.Johannes Dyserinck een nieuwe Nederlandse vertaling, in vele opzichten uitstekend, thansalleen nog met moeite antiquarisch te bemachtigen.Toch zijn er telkens weer mensen, die gaarne van deze geschriften zouden willen kermisnemen, ten dele omdat ze wel eens gehoord hebben, dat er zulke boeken zijn en ze willenweten, wat ze inhouden, ten dele omdat men beseft, dat boeken als die der Maccabeeën, JesusSirach, Judith en Tobit van betekenis geweest zijn. De praktijk leert, dat men er niet spoedigtoe komt om ze in een Rooms-Katholieke vertaling, zoals de voortreffelijke Canisius-bijbel tezoeken. Daarom juich ik het plan om ze op een wijze, als in deze uitgaaf geschiedt, weeronder de aandacht te brengen van harte toe.

9In de meeste Bijbeluitgaven is er slechts één bladzijde wit tussen he

De apocriefe boeken waren van oudsher in binnen- en buitenland altijd in één band met canonieke uitgegeven. Wanneer de Nederlanders van dit gebruik zouden afwijken, dan kon dit lichtelijk een oorzaak van ergernissen en lasteringen worden. "En hoewel te wensen ware, dat al deze Apocriefe boeken nooit bij de heilige Schriftuur .File Size: 1MBPage Count: 334Explore furtherApocriefe geschriften - Statenvertaling on linewww.statenvertaling.netDe apocriefe boeken - Bijbel en Geloofwww.bijbelengeloof.comDe apocriefe boeken en andere - HOLYHOME.NLwww.holyhome.nlRecommended to you b